Herintreden in Uddel – 17 februari

Na ruim 6 maanden éindelijk weer een echt avondje sterrenkijken. De laatste keer dat het weer en mijn agenda gunstig samenvielen was in Hohen Woos in augustus 2014. Maar vandaag lukte het weer een keer. En ik ben er achter dat sterrenkijken in de categorie fietsen valt: je verleert het nooit. Al wordt je er wel makkelijk onhandig in 🙂

Afgelopen weekend had ik al de PSA volgeplakt met leuke dingen om te bekijken. Dat was slim want anders was het weer zo’n freewheel-avondje geworden. En die zijn nooit echt productief.

Het opstellen van de kijker was zo gepiept omdat ik bij koud weer de telescoop al half thuis in elkaar zet. Op lokatie hoef ik alleen UTA middels de trussen aan de LTA te knopen, te collimeren en klaar. Zelfs de RDF was dit keer nog prima uitgelijnd. Al moest ik halverwege de avond wel hercollimeren en toen moest de RDF wel bijgesteld worden. Maar ach, dat is 2 minuten werk. Al met al heb ik fijn materiaal. Om 20:00 zat ik naar de Orion Nevel te kijken.

De eerder bedachte dauwbescherming doet wel wat maar tegen het dauw-geweld van vanavond was het niet opgewassen. Ik niet dat ik ontkom aan een actievere manier van dauwpreventie: een 12v ventilator die tegen de primary mirror aan blaast dus.

Het kampement om 22:45: ijs!

Het kampement om 22:45: ijs!

De lijst objecten was best aardig vanavond. Na een uitgebreide blik op de Orion Nevel (met OIII filter) dook ik Taurus in waar ik naar de Hind’s Variable Nebula zocht. Ik zag ‘m denk ik maar echt overtuigd ben ik er niet van. Het ding is in ieder geval weinig imposant.

Op dit moment reed een auto mijn kant op en scheen een fel lampje uit de auto in mijn bakkes. Dit is hier vaker gebeurd: de bewoners plegen hen onbekenden met felle lampen aan een kruisverhoor op straat te onderwerpen. Dus ik liep maar weer naar de auto toe daarbij mijn nachtzicht gedag zeggend. En ik vroeg wat er was. Dit keer waren het jagers die een beetje ongerust waren dat ze niet een hert maar mijn persoon zouden aanschieten. Ze hebben blijkbaar geweren die een paar kilometer ver kunnen schieten. Overigens betwijfel ik of zij zó goed kunnen schieten maar we spraken af dat ik daar zou blijven staan (alsof ik wil verplaatsen, ik zat prima!) en dat zij mij dan niet zouden beschieten. Leek mij een prima deal.

Snel terug naar Orion voor Hind’s Crimson Star. Wat een mooi rood geval! Leuk om te zien, zo’n carbon ster. En een bijzonder cool type ster ook. Omhoog naar M78. De omschrijving “twee koplampen in de mist” is mij bijgebleven en die bleek weer van toepassing. Een echt indrukwekkend object is M78 niet. Na deze nevel een tikkie terug naar het Zuiden voor Alnitak wat een mooie drievoudige ster is! Wat ik overigens pas na opnieuw collimeren zag. Gezocht naar IC 418 maar niet gevonden.

Omhoog naar Gemini voor eerst de Eskimo Nevel. Die kun je makkelijk vinden met OIII filter en dan scannen. Het is wel een klein geval, en ik kan niet enorm vergroten omdat ik het afgelopen jaar besloot even geen geld in astro materiaal te steken. Daar kreeg ik vanavond voor het eerst in een jaar een beetje spijt van: voor PN’s moet ik toch echt een ~5mm oculair hebben om over de 200x vergroting te kunnen gaan. Maar ik stel die aankoop nog steeds uit, in het voordeel van de andere hobby: fietsen.

Naar beneden eerst over de Christmas Tree die ik nooit echt bekeek. De Cone Nebula zag ik niet (is die zo klein ofzo?) maar nog wat lager ben ik een kwartier blijven hangen op de schitterende Rosette Nevel. Wat een mooi ding! Het heldere deel rond de kern (met die 6 heldere O-sterren erin die een gat in de nevel blazen) was goed te zien. Maar rondscannen in de omgeving liet nog meer neveligheid zien. Onder de grote astro-hoody zag ik nog veel meer van de nevel: zelfs de wat donkere inhammen die vanuit de opengeblazen kern naar buiten waaieren waren te zien. Mooi, klapstuk van de avond! En daarna terug omhoog naar de plek van Hubble’s Variable Nebula. Ik zag wel iets wat het ding zou kunnen zijn maar niks opvallends en ik besloot door te stomen naar Canis Major.

Daar eerst open cluster NGC 2362 bezocht: het Mexican Jumping Star cluster. Een leuk OC van zo’n 40 sterren maar eentje ervan knált er echt uit: de super heldere O-ster Tau Canis Majoris! Die ster is 50.000x zo helder en heeft een massa van 50 tot 300x de massa van onze zon. Zonnebril op!

NGC 2362 (foto: J. Winman)

NGC 2362 (foto: J. Winman)

Omhoog in Canis Major ligt open cluster M 46. Daarnaast een ander open cluster, M47. En beide zien er totaal anders uit. M46 heeft veel meer sterren, terwijl M47 er minder heeft maar wel weer helderder sterren. Het leuke aan M46 er is dat er een PN in ligt: Pease 1. Die zie je heel makkelijk met een OIII filter en bij ~180x vergroting zag ik de structuur: een onregelmatig rondje waarvan de kern wat minder helder was dan de rand.

Dan door naar de 2de klapper van de avond: Thor’s Helmet! Dat ding is groot, ik scande de omgeving af (dat is mijn luie zoekmethode die soms werkt) en struikelde over NGC2359 wat dus ook wel Thor’s Helmet wordt genoemd naar de vorm van deze nevel. De zuidelijke ‘hoorn’ van de helm was beter zichtbaar. De Noordelijke sprong af en toe in beeld. Veel vergroting verdraagt dit object niet.

Inmiddels was het half elf geworden en -2. Ik had nog wat dingen in Cas en UMa gemarkeerd en ik wilde NGC 2419 (de bolhoop Intergalactic Wanderer op 300.000 lj) meepakken maar ik vond het eigenlijk wel welletjes. Alles werkte nog, geen afgevroren ledematen ook… tijd om te gaan. Maar niet voordat Jupiter in beeld werd gezet. Helaas, geen GRS maar de ‘saaie’ kant. Toch een mooi gezicht een heel af en toe schoten wat details in de wolkenbanden in beeld.

Misschien morgen nog een keer, wie weet!

You may also like...